INLEIDING
Het koninkrijk Noorwegen omvat de eilandengroep Spitsbergen en het vulkaaneiland Jan Mayen in het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan. Noorwegen heeft ook territoriale belangen op het antarctische continent (Peter I Eiland en de sector Queen Maud Land) en in de Zuidelijke IJszee (Bouvet Eiland).
De naam Noorwegen is al terug te vinden in Engelse en Franse aantekeningen uit de negende eeuw, waarin het land Nortuagia, Norwegia en Nordweg wordt genoemd. Het is niet definitief vastgesteld wanneer Noorwegen werd bevolkt, maar er zijn nederzettingen gevonden die waarschijnlijk 8000 tot 10.000 jaar oud zijn, dat wil zeggen uit de oudere steentijd.
Aan het einde van de negende eeuw werd Noorwegen tot één koninkrijk verenigd. Ongeveer honderd tot twee honderd jaar later werd het land gekerstend en kreeg het een steeds nauwer contact met de christelijke cultuur van West-Europa. Noorwegen vormde van 1380 tot 1814 een unie met Denemarken, waarna Noorwegen in een nieuwe unie met Zweden belandde. Deze unie werd in 1905 opgeheven, toen Noorwegen weer een zelfstandige natie werd.
FLITSEN UIT DE GESCHIEDENIS VAN NOORWEGEN
De geschiedenis van Noorwegen wordt vaak in verband gebracht met de vikingtijd van 800 tot 1000 na Christus. Gedurende die periode voeren Noorse vikingschepen naar de Kaspische Zee in het oosten en naar Ierland in het westen. Ze staken de Atlantische Oceaan over naar Groenland en Noord-Amerika, zeilden via de Middellandse Zee naar Constantinopel (Istanbul) en stichtten koloniën op IJsland, de Faeröer, de Shetlandeilanden en in Normandië in Frankrijk.
In de daaropvolgende eeuwen kreeg het christendom een steviger grip op Noorwegen. De steden Nidaros (nu Trondheim), Oslo en Bergen werden als bisschopzetels gesticht en de koninklijke macht werd tot 1380 geconsolideerd toen Noorwegen in een unie met Denemarken belandde. Het handelsverkeer met Europa nam toe, vooral met Noord-Duitsland, en de hanzeaten kregen grote invloed in Bergen. Met de reformatie verloor de rooms-katholieke kerk in Rome haar macht en het lutherse geloof werd ingevoerd.
In de periode tot 1814 verloor Noorwegen zijn bezittingen in het westen. Middelen van bestaan als zagerijen, haringvisserij en ijzersmelterijen namen toe. Scandinavië werd door verschillende oorlogen geteisterd. Bij het traktaat van Kiel van 1814 moest Denemarken Noorwegen aan Zweden afstaan. Noorwegen kreeg op 17 mei van datzelfde jaar zijn eigen grondwet, maar na een korte oorlog werd Noorwegen in een unie met Zweden gedwongen. Die duurde tot 1905, toen Noorwegen weer een zelfstandig koninkrijk werd met Haakon VII als koning.
Aan het eind van de 19e eeuw beleefde de Noorse scheepvaart haar gouden eeuw. De eerste spoorlijn tussen Oslo en Eidsvoll werd in 1854 aangelegd en de eerste grote emigratiegolf naar Noord-Amerika kwam op gang. De bevolking ging van landbouw voor eigen consumptie over op landbouw voor verkoop van producten en Noorwegen maakte een omvangrijke industrialisatie en urbanisatie mee, terwijl er tegelijkertijd grote sociale hervormingen plaatsvonden.
De eilandengroep Spitsbergen werd in 1920 verworven, de economische wereldcrisis bereikte Noorwegen en in 1935 kwam de Arbeiderspartij voor het eerst aan de macht. Onderbroken door de Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting (1940-1945), regeerde deze partij Noorwegen tot ver in de jaren zestig. Het land werd in 1949 lid van de NAVO na de expansie van de Sovjetunie in Oost-Europa.
Na de oorlog bestond de belangrijkste sociale en politieke taak uit de wederopbouw en de modernisering van de economie en het bedrijfsleven. De kleine dorpen op het platteland raakten in aanzienlijke mate ontvolkt en de bevolkingsdichtheid in steden en grotere dorpen nam toe.
Na een sterke economische groei in de jaren vijftig en zestig kwam in 1973 de oliecrisis, waardoor alles stagneerde. Niet-socialistische en sociaal-democratische regeringen waren afwisselend aan de macht, de immigratie van gastarbeiders nam toe en het milieubewustzijn kwam opzetten.
De Noren zeiden voor het eerst nee tegen het Noorse lidmaatschap van de EU in een referendum in 1972. Een nieuw referendum in 1994 leverde nogmaals nee op voor het EU-lidmaatschap. Tegen het eind van de jaren zestig nam de productie van olie en gas een aanvang en zorgde voor een volkomen nieuwe bedrijfstak in Noorwegen, die samen met de automatisering en telecommunicatie in de jaren negentig van groot belang werd.
HANDEL, INDUSTRIE EN ECONOMIE
Noorwegen is een hoog ontwikkeld industrieland en een welvaartsstaat. Traditioneel werken de meeste mensen in de primaire bedrijfstakken, de industrie en bij bouw- en constructiebedrijven. De afgelopen 20 jaar is echter de werkgelegenheid in de openbare sector en in dienstverlenende beroepen toegenomen.
De Noorse staat is rijk aan bos, grond, waterkracht en elektriciteitsbedrijven. De staat wint en produceert samen met particuliere en buitenlandse maatschappijen ook olie en gas op het Noorse continentale plat. Statoil, dat voor 100% eigendom is van de Noorse staat, heeft ook belangen in petrochemische bedrijven aan land.
De hoge materiële levensstandaard in het huidige, moderne Noorwegen berust niet uitsluitend op de natuurlijke bronnen van het land, maar ook op een geleidelijk industrialisatieproces, net zoals dat in andere West-Europese landen is gebeurd. Nadat aan het eind van de jaren zestig met de winning van olie en gas op het Noorse continentale plat werd begonnen, is deze ontwikkeling van de welstand alleen nog maar verder omhoog geschoten.
HANDEL TUSSEN NOORWEGEN EN NEDERLAND
Al sinds de negende eeuw, ten tijde van de Vikingen, is er handel tussen Noorwegen en Nederland geweest. Vooral in de vijftiende eeuw bloeide de handel tussen beide landen op. Hout was het belangrijkste exportprodukt naar Nederland, maar ook vis en visprodukten bijvoorbeeld stokvis, waren in die tijd veel gevraagde produkten.
Met name de steden Amsterdam en Hoorn importeerden in de zestiende en zeventiende eeuw veel timmerhout uit Noorwegen. Eikenhout uit Zuid-Noorwegen, en later ook grenen- en vurenhout, werd voornamelijk gebruikt in de scheepsbouw. Vermeldenswaardig is dat de houten palen waarop Amsterdam is gebouwd uit Noorwegen afkomstig zijn!
Noorwegen importeerde in die tijd voornamelijk haring, kaas, graan, wijn, sterke drank, zout en textielgoederen uit Nederland.
Tegenwoordig zijn de Europese landen nog altijd de belangrijkste handelspartners van Noorwegen. Bijna 80% van de totale Noorse export gaat naar deze landen.
Sinds de middeleeuwen is Nederland een van de belangrijkste handelspartners van Noorwegen. Als men kijkt naar de export van alle goederen (exclusief olie en gas), is Nederland vandaag de zesde grootste handelspartner van Noorwegen in Europa (na Zweden, Duitsland, Verenigde Koninkrijk, Denemarken en Frankrijk). Wanneer de export van ruwe olie en gas wordt meegerekend in de exportcijfers, komt Nederland op de tweede plaats van de Noorse export landen, na het Verenigde Koninkrijk.
De belangrijkste exportprodukten naar Nederland zijn nog steeds vis en visprodukten, waarvan zalm de belangrijkste vissoort is. Noorwegen is tegenwoordig de grootste leverancier van zalm aan Nederland! Hout en houtprodukten worden ook nog steeds op grote schaal naar Nederland geëxporteerd, maar hun aandeel in de export is niet meer zo overheersend als vroeger. Belangrijk is tegenwoordig de export van half-fabrikaten. Hieronder vallen ondere andere papier en karton, ijzer en staal en non-ferro metaalprodukten, "engineering produkten" (waaronder machines, electrische apparaten en electronische componenten). Belangrijke "manufactured" produkten zijn meubelen, voornamelijk projectmeubelen, pleziervaartuigen, leisteen voor vloeren en wanden (het Amsterdamse Centraal Station is voorzien van Noorse leisteen) en meetinstrumenten. De laatste jaren treft men op de Nederlandse markt ook steeds meer toepassingen aan van Noorse software en telecommunicatiediensten (ICT).
Ook wat betreft de import is Nederland een belangrijke handelspartner voor Noorwegen. Voor de totale import van goederen in Noorwegen is Nederland na Zweden, Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Denemarken het vijfde belangrijkste importland.
Hoewel de import in Noorwegen van traditionele Nederlandse goederen iets groter is dan de export van Noorse produkten naar Nederland, is Noorwegen met zijn dertiende plaats op de ranglijst van Nederlandse exportlanden toch een belangrijke handelspartner voor Nederland.
De belangrijkste Nederlandse produkten die worden geëxporteerd naar Noorwegen zijn landbouwprodukten en levensmiddelen (bloemen, graan, groente, fruit, thee, cacao, tabaksprodukten, etc.). Daarnaast worden geëxporteerd: chemische produkten (bijvoorbeeld medische en pharmaceutische produkten), organische en inorganische produkten, half-fabrikaten (zoals papier en kartonprodukten), textielgoederen, ijzer en staalprodukten, "engineering" produkten (onder meer machines, elektronica, voertuigen, etc.) en diverse "manufactured" produkten, bijvoorbeeld kleding, meetinstrumenten en fotografische produkten.
De scheepvaart heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de handel tussen de beide landen. Rotterdam en Amsterdam zijn belangrijke aanloophavens van de Noorse handelsvloot en Noorwegen is nog steeds een van de grootste gebruikers van de Rotterdamse haven. De Noorse (houten) Zeemanskerk in Rotterdam is daar een duidelijk bewijs van. Alhoewel het aantal zeelieden is afgenomen door o.a. de moderne techniek op de schepen, neemt de kerk nog steeds een centrale plaats in voor de Noorse zeelieden en vrachtwagenchauffeurs in Nederland. De Zeemanskerk is onlangs op de monumentenlijst van Rotterdam geplaatst!
In de loop der jaren hebben zich in Rotterdam en omgeving een groot aantal Noorse bedrijven gevestigd die gerelateerd zijn aan de scheepvaart. Voorbeelden zijn o.a.: Det norske Veritas (classificatie en certificatie van schepen), Unitor Ships Service (diverse scheepsprodukten), Frank Mohn (scheepspompen en pompen voor de olie-industrie), Jo Tankers (rederij/management van chemicalien tankers), Odfjell Tankers (scheepsagent), Jotun (scheepsverf), Kongsberg Norcontrol (scheepsbesturingssystemen en - simulatoren), Lys-Line (rederij lijndiensten).
Andere Noorse bedrijven in Nederland zijn o.a. Hydro Agri (kunstmest), Elkem Distribution Center (metaallegeringen), Hydrogas (industriegassen voor o.a. de landbouw), Statkraft Energy (trading in electriciteit), Bergen Energi (energie makelaars), Elopak (emballagesystemen), Håg (kantoorstoelen en -meubilair), Stokke (meubelen), Helly-Hansen (sportkleding), Nor-Dan (ramen en deuren), Norema (keukens), Norske Skog (krantenpapier), Rieber (leisteen), Tomra (retourmachines voor flessen), Superoffice (softwareprogramma's), Active ISP (webhosting) en Telenor (satelliet- en telecommunicatie).
VISSERIJ, LANBOUW EN BOSBOUW
Noorwegen heeft slechts een beperkte hoeveelheid landbouwgrond. Slechts 3% van het oppervlak is vruchtbaar, maar het land heeft rijke visgronden in de zee die voor hoge inkomsten op buitenlandse markten zorgen. De visserij is na olie en gas het belangrijkste voor de export. Noorwegen heeft tegenwoordig een veelzijdige en technologisch geavanceerde vissersvloot en een visserijbeheer dat op een wetenschappelijke en draagkrachtige grondslag is gebaseerd. De laatste jaren zijn viskwekerijen met de productie van zalm en forel een belangrijke tak van industrie met een grote exportmarkt geworden.
De landbouw zorgt voor slechts een paar procent van het bruto nationaal product en landbouwproducten worden slechts in geringe mate geëxporteerd. De natuurlijke omstandigheden verschillen sterk van zuid tot noord. De bedrijfstak wordt gekenmerkt door relatief kleine, goed functionerende bedrijven met een verregaande mechanisatie, waarbij de nadruk ligt op de melk- en vleesproductie, de verbouw van koren voor dierenvoedsel en het houden van kleinvee. De landbouwproductie voldoet voor een groot deel van de behoefte van het land, maar Noorwegen importeert al het graan voor de voedselproductie.
Naast landbouw en visserij zijn er gespecialiseerde industrieën binnen branches als elektronica, meubel- en plezierbootproductie en farmaceutische producten, die op de wereldmarkt zijn gericht. Hetzelfde geldt voor de Noorse bosbouw en papierindustrie, een belangrijke exporteur van papier, karton en cellulose.
INDUSTRIE EN WATERKRACHT
De benutting van de natuurlijke toegang van Noorwegen tot grote waterkrachtbronnen heeft een sleutelrol gespeeld in de industrialisatie en ontwikkelingen van de afgelopen 100 jaar. De waterkrachtbronnen legden de basis voor een elektrometallurgische industrie die tegenwoordig wereldwijd een van de toonaangevende producenten van aluminium, magnesium en ferrosilicium is.
In aansluiting op de waterkracht heeft Noorwegen een aanzienlijke kennis verworven op het gebied van energieproductie en energietransmissie. Waterkracht is een telkens te vernieuwen en haast niet verontreinigende energie. De toegang tot waterkracht heeft er daarom voor gezorgd dat Noorwegen geen energiecentrales nodig heeft die zijn gebaseerd op voor het milieu schadelijke energiebronnen als steenkool en atoomenergie.
SCHEEPVAART
De Noorse scheepvaart en andere activiteiten door schepen berusten op eeuwenoude tradities met de zee als werkterrein. De lengte van de Noorse kustlijn en het maritieme handelsverkeer van het land hebben boten en schepen tot een belangrijk deel van het Noorse economische en culturele erfgoed gemaakt.
De Noorse handelsvloot is tegenwoordig een van de grootsten ter wereld. De schepen vervoeren grote hoeveelheden olie, maar de vloot wordt met name gekenmerkt door de uitvoering van bijzondere transportopdrachten, zoals het vervoer van gas, chemicaliën, steenkool en auto’s. Enkele van de grootste en modernste cruiseschepen ter wereld varen ook onder Noorse vlag.
OLIE EN GAS
Noorwegen heeft de afgelopen 25 à 30 jaar een aanzienlijke olie- en gasproductie ontwikkeld en is vandaag de dag een van de grootste olie- en gasexporteurs van de wereld. Een groot deel van het gas dat momenteel in West-Europa wordt gebruikt, is afkomstig uit Noorwegen. De inkomsten uit de petroleumindustrie vormen ongeveer 30% van de totale export van het land.
Olie en gas hebben op allerlei manieren dezelfde betekenis voor de Noorse industrie gehad als de exploitatie van waterkracht in het begin van deze eeuw. Gelijktijdig met de vergroting van de productiecapaciteit hebben de uitdagingen op het Noorse continentale plat een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van kennis en technologie, waarmee de Noorse olie- en gasindustrie boven aan de wereldranglijst is gekomen.
NOORWEGEN IN DE WERELD
Noorwegen heeft altijd al een naar buiten gerichte en internationaal georiënteerde politiek gevoerd. De eerste bekende Noorse vrijheidsstrijder en internationale conflictoplosser was de poolonderzoeker en diplomaat Fridtjof Nansen (1861-1930). Als Hoge Commissaris voor Vluchtelingen van de Volkerenbond (de voorloper van de VN) leverde hij een bijdrage aan het oplossen van de grote vluchtelingenproblemen en hongersnoodrampen na de Eerste Wereldoorlog en de Russische revolutie. Voor dit werk ontving Nansen in 1922 de Nobelprijs voor de Vrede.
Na de Tweede Wereldoorlog vormen de samenwerking binnen de VN en de speciale organisaties van de VN de hoekstenen van de Noorse buitenlandse politiek.
De positie van Noorwegen op het gebied van de veiligheid is geregeld door het lidmaatschap van de NAVO. Noorwegen vormt de noordflank van de NAVO en is een belangrijk onderdeel van de verdedigingsalliantie.
Noorwegen is geen lid van de EU, maar werkt op tal van gebieden nauw met de EU samen. Ongeveer 80% van de Noorse goederen- en dienstenexport gaat naar de EU-landen. Op het gebied van de buitenlandse en veiligheidspolitiek hebben Noorwegen en de EU brede samenwerkingsbelangen, en de ontwikkeling binnen de EU is daarom voor Noorwegen van grote betekenis. In economisch opzicht wordt de band van Noorwegen met Europa gekenmerkt door de aansluiting bij EER-overeenkomst. Het doel van de overeenkomst is om voor Noorse bedrijven dezelfde concurrentievoorwaarden te garanderen als voor het bedrijfsleven binnen de EU en de basis te leggen voor een nauwe samenwerking op gebieden als milieubescherming, onderzoek en opleidingen.
Noorwegen is lid van de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa (OVSE), het economische samenwerkingsverband OECD, de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en neemt bovendien actief deel aan regionale organisaties als de Barentszraad, waarin milieu, ontwikkeling en atoombeveiliging in de noordelijke gebieden de hoogste prioriteit vormen.
Daarnaast speelt Noorwegen een actieve rol in internationale vredes- en verzoeningsactiviteiten. De sleutelwoorden hier zijn het Midden-Oosten en Midden-Amerika, waar Noorwegen heeft bijgedragen tot afspraken tussen respectievelijk de Israëliërs en de Palestijnen, en tussen de guerrilla en de regering in Guatemala.
De sturende rol van Noorwegen binnen het milieubeleid heeft op velerlei gebied plaatsgevonden door zowel de autoriteiten als door milieubeschermingsorganisaties, maar ook via de voormalige minister-president Gro Harlem Brundtland en haar rol in de door de VN ingestelde Brundtland-commissie voor milieu en draagkrachtontwikkeling.
Ontwikkelingshulp aan landen in de derde wereld op multilaterale en bilaterale basis, o.a. via het VN-systeem en de Wereldbank, staan ook centraal in de Noorse buitenlandse politiek. Noorwegen draagt momenteel met ongeveer 1% van het bruto nationaal product bij aan ontwikkelingshulp, in nauwe samenwerking met vrijwilligersorganisaties die een belangrijke rol in de hulpverleningspolitiek spelen.
BEVOLKING EN TAAL
Bij de eerste volledige volkstelling in 1769 had Noorwegen 723.618 inwoners. In 1822 passeerde het inwonertal het eerste miljoen. In de jaren 1860 daalde het bevolkingscijfer door moeilijke economische tijden en door de grote emigratiegolf naar Noord-Amerika.
Pas in 1975 passeerde de bevolking de 4 miljoen. Tegenwoordig bedraagt het aantal inwoners ca. 4,4 miljoen, waarvan 32.000 tot de Samische minderheid behoren en 232.000 mensen immigranten zijn.
Met uitzondering van de Samische bevolking, die haar eigen taal en haar eigen cultuur heeft, zijn er in Noorwegen twee gelijkgestelde taalvormen, het bokmål (de boekentaal, gebaseerd op de taalkundige erfenis uit de Deense tijd) en het nynorsk (het nieuwe Noors, gebaseerd op oorspronkelijke West- en Zuid-Noorse dialecten).
De Noorse bevolking is historisch gezien cultureel en etnisch homogeen samengesteld. De grootste etnische minderheid bestaat traditioneel uit de Samen. Hun eigen politieke en sociale instituten, taalonderwijs, cultuur en middelen van bestaan in hun eigen woongebieden zijn na een jarenlange strijd geaccepteerd. De meeste Samen zijn echter in de rest van de samenleving geïntegreerd en er wonen meer Samen in de hoofdstad Oslo dan in de Samische provincie Finnmark.
De afgelopen 30 jaar is het aantal nieuwe etnische minderheiden in Noorwegen toegenomen als gevolg van immigratie, vluchtelingen en werkzoekenden.
BEWONING EN COMMUNICATIE
Noorwegen is een langgerekt land met een geringe bevolking in verhouding tot het oppervlak. Het grootste deel van de inwoners woont in de westelijke en zuidelijke delen van het land. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld het buurland Zweden, heeft Noorwegen een zeer verspreide bewoning, onder andere verbonden met traditionele middelen van bestaan als landbouw en visserij.
Een overkoepelende politieke doelstelling van de kant van de autoriteiten is om de omstandigheden zodanig in te richten dat mensen buiten de steden en grotere dorpen kunnen wonen. Een wijdverbreid netwerk van veerverbindingen, bruggen en tunnels, lokale vliegvelden, scholen, postkantoren en winkels draagt bij aan het instandhouden van dit bewoningspatroon. Noorwegen heeft daarom een dure infrastructuur, die kleine dorpen, eilanden en vissersplaatsen met dichtbevolkte gebieden en grote steden verbindt.
Er is veel geld geïnvesteerd in de ontwikkeling van moderne telecommunicatie via satellieten en ondergrondse netwerken. Het ondergrondse telenetwerk is volledig gedigitaliseerd en Noorwegen is toonaangevend in de wereld wat betreft de uitbouw van fiberoptische lijnen en ISDN-aansluiting. In verhouding tot het bevolkingsaantal heeft Noorwegen – samen met de buurlanden Finland en Zweden – de meeste mobiele telefoonabonnees ter wereld.
POLITIEKE BESTUURSVORM
|
Woordenboek Nederlands-Noors-Nederlands |